Spiritueel zijn er drie ontwikkelingsstadia.
1. Theorama.
2. Theothema.
3. Theosofie.
In stadium 1 heeft men een beeld ( voorstelling) van God.
In stadium 2 is er twijfel over het godsbeeld en gaat men zich
bezighouden met God.
In stadium 3 zoekt men naar gegevens en kennis om God beter te leren kennen.
Stadium 1 (theorama)
Zelfs de meest “primitieve”volkeren hebben een voorstelling van een opperwezen. (God)
Zelfs de atheïst die zegt dat er geen God is ( was).
Stadium 2 (theothema)
Als men tot de ontdekking komt dat het beeld dat men heeft van God in tegenspraak is met een aantal levenservaringen, ( waarom laat een God van liefde mij dit overkomen), kan het zijn dat men toch meer over God wil weten en op zoek gaat naar kennis om dat godsbeeld te veranderen.
Stadium 3 (theosofie)
Het godsbeeld komt overeen met de levenservaringen en is niet tegenstrijdig met de wetenschap, men is in staat met behulp van anderen en de wetenschap dat beeld aan te vullen.
Wat is God?
God is geen menselijk wezen, maar een spiritueel (geestelijk) wezen van onvoorstelbare energie.
Die energie bestaat uit alle kennis, met de daarbij behorende macht.
Die macht wordt gebruikt om te scheppen.
Waarom is God?
God schept het universum, bestaande uit materie, leven en tijd.
Voor het leven en de materie schept God alleen de voorwaarden opdat dat leven zich kan ontwikkelen, zoals de evolutie en de ingrediënten, zodat het gevormd kan worden door de natuur en de mens. ( zie bijlage "de keuken").
Na de schepping van het universum is de schepper klaar.
Aangezien God een schepper is in zijn meest pure vorm is dat alles wat hij steeds maar weer opnieuw doet.
God is de alfa en de omega. (alleen het begin en het eind)
Tussen het begin en het eind maakt hij gebruik van het leven om tot alwetend God te volgroeien.
Wat schept God?
De tijd.
Aan het begin (de big bang) is God en schept het universum.
Dat universum is dan als een luchtballon die, vanuit een stip des tijds, wordt opgeblazen..
De straal, de lijn die loopt van deze stip (God) tot aan de buitenkant is de tijdslijn.
Elke plaats in het universum heeft zijn eigen straal.
Op die straal zijn onvoorstelbaar veel tijdstippen.
Men kan zich niet op die straal, de tijd, naar voren of naar achteren verplaatsen maar wel door een verbinding dat het heden wordt genoemd, van de ene straal naar de andere straal.
Het doen kan alleen nu plaatsvinden. Als men het later wil doen word het vanzelf nu.
Naarmate de tijd vordert zullen de afstanden groter worden totdat de expansie zijn hoogtepunt heeft bereikt.
Daarna krimpt het universum weer in.
Aan het einde, op het laatste tijdstip is alles ( God) volgroeid..
Als alle tijdstippen atomen zijn, bestaat ertussen die atomen een inter-atomaire ruimte.
Die ruimte is dus geen plaats en geen tijd. (eeuwigheid).
Het enige wat zich daar bevindt is energie dat zich van het ene atoom naar het andere atoom kan verplaatsen.
Omdat de goddelijke cel, de geheel of niet geheel ontwikkelde ziel, het tijdelijke en het plaatselijke bij overlijden van de drager verlaat, kan het alleen nog maar naar die ruimte.
De ziel is niet stoffelijk maar bestaat uit energie, negatief of positief, vervuild of niet vervuild.
De hemel.
Als “helpdesk”schept God een voorziening hemel genoemd met volgroeide cellen die aangezien zij volgroeid zijn in de “heilige”geest van God de stamcellen kunnen begeleiden tot volgroeiing.
Deze hemel is een overgangszone tussen eeuwigheid en tijd.
Daarom heeft een volgroeide ziel ( cel ) met een onvoorstelbaar energetisch vermogen zowel contact met de eeuwigheid als met de tijd om een bepaalde taak te verrichten zoals b.v. de engelen en o.a. Jezus van Nazareth.
Waar is God?
Om te voorkomen dat er na dit universum, het eind der tijden, niets meer is schept God een voorziening.
God zag na de schepping van de mens, de zesde "dag", dat het goed was.
De laatste dag doet God niets meer.
Hij gaat terug naar de eeuwigheid en niet naar de hemel.
Aan het eind van de zesde dag "bevrucht" God via de boom van kennis des goeds en des kwaads het universum met allemaal kenniscellen, stamcellen in het eerste stadium van hun ontwikkeling met hetzelfde energetische DNA..
Dat moment in de ontwikkeling van het universum doet zich voor wanneer er wezens, zoals mensen (Adam en Eva), evolueren met een dusdanig vermogen die goddelijke stamcel te laten groeien en te ontwikkelen.
Een lichaam heeft een bio-energetisch veld (aura) gevormd door de energie van de cellen.
Ontstaat er door de evolutie een veld met een bepaalde frequentie of een bepaald niveau kan de ziel zich hieraan koppelen.
Zodra de energie van dit veld verdwijnt ( het sterven) zal de ziel weer ontkoppelen.
Een niet gekoppelde ziel bevindt zich in de eeuwigheid en zal, wanneer het nog niet volgroeid is, zich weer koppelen aan een lichaam.
Aangezien er in de eeuwigheid geen tijd is zal dit direct plaats vinden of het kan gebeuren dat de ziel niet volledig is losgekoppeld en nog verbonden is met de tijd.
Dit gebeurt meestal om emotionele redenen, zoals woede of spijt bij een misdaad.
Met behulp van de zielen uit de hemel ( tussen eeuwigheid en tijd ) en gebeurtenissen uit de tijd kan de ziel zich losmaken.
Is die ziel tot rust ( ruste in vrede) zal het zich losmaken en verder gaan met de ontwikkeling.
Omdat de eeuwigheid niet plaatsgebonden is kan men dus overal in de tijd weer aankoppelen.
Dat is een belangrijke reden waarom wij ons niets meer kunnen herinneren van een vorig leven, het fysieke geheugen is leeg en het verstand moet zich opnieuw ontwikkelen.
Alleen een onbestemd gevoel (de indrukken en afdrukken van onze ziel) komen zo nu en dan boven.
Waarom schept God?
God geniet “zes dagen” van het scheppen en om
opnieuw te ontstaan en dus weer opnieuw te kunnen scheppen.
Wat is de naam van God?
God heeft in de loop der tijd al vele namen gehad. ( Odin, Zeus, Re, Popecatepetl, Manitou enz. enz.)
Een suggestie voor deze tijd is " Jagoal ", een afkorting van Jahweh, God en Allah.
Zijn we het misschien een keer eens dat we allemaal dezelfde schepper hebben en er geen reden meer is elkaar te bestrijden om religieuze redenen.
Hoe ontstaat God?
De ziel is dus een onderdeel (een stamcel) van God.
Die cel moet, net als een menselijke stamcel in een baarmoeder, groeien.
Door voedingstoffen groeit de menselijke cel (het lichaam is stoffelijk).
Door kennis groeit de goddelijke cel ( God is kennis)
Alle menselijke cellen bij elkaar ( zoals o.a. zenuw-, hersen-, bloed- en spiercellen) vormen de mens.
De mens bestaat uit een groot aantal verschillende soorten cellen, zo zal de ene soort cel eerder klaar zijn met de ontwikkeling als de andere en een andere functie hebben.
Een volledig ontwikkelde cel kan, samen een orgaan, aan fysieke regels gebonden, invloed uitoefent op een andere cel.
Alle goddelijke cellen (zielen) bij elkaar vormen een deel van God.
God bestaat uit een groot aantal verschillende soorten (kennis) cellen daarom is het niet nodig dat alle cellen alles weten om klaar te zijn, maar kan in dat stadium invloed uitoefenen.
Een volledig ontwikkelde goddelijke cel (ziel) kan, aan spirituele regels gebonden, invloed uitoefenen op een andere ziel.
.Jezus met “ heb uw vijanden lief ” en Gabriel met het vlammend zwaard.
Dit orgaan ( “hemeldesk”) kan met de juiste afstemming van de ziel via gebed worden benaderd, en zal indien mogelijk met zielenrust en het gevoel van troost en hoop de ziel helpen ontwikkelen.
Ook wordt er wel fysiek ingegrepen ( de bijbel noemt verschillende voorbeelden) om een omgeving te scheppen waarin de ziel de gelegenheid krijgt zich positief te ontwikkelen en het eindresultaat niet in gevaar komt.
De ziel zal zich ook negatief ontwikkelen ( want God is alles) maar het goede moet sterker zijn om de wil tot scheppen, en niet tot verwoesten, te laten ontstaan.
Het goede overwint het kwade. ( zie bijlage "het kwaad").
Wat wil God van ons?
Dat wij genieten van het leven en op zoek gaan naar de geheimen van het leven om daardoor onze ziel ( dus onszelf) te ontwikkelen zodat wij uiteindelijk samen hem (God) zijn. ( zie bijlage "Gods wil").
De zintuigen:
Zintuig Plaats
1. Het zicht ogen
2. Het gehoor oren
3. De smaak tong
4. De reuk. neus
5. Het gevoel huid
6. Intuïtie brein (onderbewustzijn)
7. Ziel onbekend.
De vorming van de menselijke cel.
De vorming van de menselijke cel wordt mede beïnvloed door genen, goede en slechte invloeden en fysieke omstandigheden.
Genen: invloed van ouders.
Goede en slechte invloeden: voedingstoffen en gifstoffen.
Fysieke omstandigheden: kwaliteit van eicel en baarmoeder.
De vorming van de ziel.
De vorming van de ziel wordt mede beïnvloed door afkomst, indrukken, afdrukken en spirituele omstandigheden.
Afkomst: voorgaande levens.
Indrukken: beschadigingen (vervuiling) verwijderen en kennis verzamelen ( "zielsgelukkig" en “het heeft mijn ziel geraakt”.
Afdrukken: beschadigingen door geweld en haatgevoelens ("zielennood" en “men heeft mij op de ziel getrapt”.
Spirituele omstandigheden: gelovige en/of leergierige omgeving.
Ontwikkelingsmogelijkheden.
De kerk, de moskee of de tempel zijn plaatsen waar men de kennis over God kan vermeerderen, net zoals de natuurlijke kennis op een school.
De scholen zijn echter de basis van ons leerproces.
Na de scholen komen de stages, de bijscholingen, de praktijkervaring en de zelfstudie.
Op school blijf je alleen maar als je onderwijzer bent of als je blijft zitten, dus niet voldoende kennis vergaard.
Leermiddelen.
De bijbel, de koran, de talmoed en nog veel meer boeken zijn studieboeken.
Een gebruiksaanwijzing voor het leven.
Het leven kan vergeleken worden met een gecompliceerd audioapparaat
De bijdrage van de schrijvers van de gebruiksaanwijzing is:
1) De bedoeling is van de fabrikant,
2) De geschiedenis van het apparaat,
3) Het resultaat van de verschillende mogelijkheden,
4) Het fijn afstellen voor een betere ontvangst om nog meer van het apparaat te genieten,
5) De te verwachten mogelijkheden in de toekomst.
Daarbij kan het gebeuren dat door de verschillende mogelijkheden sommige schrijvers een voorkeursadvies hebben, veroorzaakt door de tijd waarin ze leven, maar door de nieuwe ontwikkelingen en verbeterde mogelijkheden zijn achterhaald.
CMIIW
Vragen,commentaar of discussie e-mail: janda@xs4all.nl
BIJLAGEN
De keuken
Wij zijn koks staande in een keuken proberen we met de hulpmiddelen en de door de leverancier aan gevoerde ingrediënten iets klaar te maken.
Soms smaakt het en willen we meer.
Soms ontdekken we nieuwe gerechten en laten de andere koks ervan proeven.
Soms smaakt het niet.
Soms maakt het ons ziek als we niet goed met de hulpmiddelen en de ingrediënten omgaan.
Soms brandt het aan en stinkt het in de keuken.
Soms branden we ons of snijden we ons in de vingers.
Soms maken we ruzie met de andere koks en gaan we met
hulpmiddelen gooien.
In een keuken met 6 miljard koks is er altijd wel ergens herrie.
De vorming van de ziel.
Als de stamcel groeit is het belangrijk dat het de juiste vorm krijgt om optimaal te functioneren.
Indrukken en afdrukken bepalen die vorm.
Net als bij een diamant zal een deel van die oorspronkelijk ruwe diamant pas gaan schitteren, licht geven, als het van verontreiniging ontdaan en geslepen is.
Dat licht is de energie van het wezen, de kern van het goddelijke DNA.
Om optimaal te functioneren moet deze energie zich door de hele ziel verspreiden.
Alle duistere hoekjes van onze ziel moeten worden verlicht.
Soms zegt men van een mens dat hij een zwarte (duistere) ziel heeft.
Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht dat wij zijn als kaarsjes brandend
in de nacht (duisternis).
Wie de ziel van Jezus ziet, ziet de vader ( de schepper)
Zijn ziel is het licht van de vader zoals wij dat allemaal kunnen zijn.
Toen zijn leerlingen op Pinksteren bezield werden was het licht zo sterk dat het zelfs invloed kreeg op het fysieke, zij straalden (vurige tongen op hun hoofd).
Dat licht was in Jezus van Nazareth zo sterk dat hij de bio-energie,
het fysieke kon beïnvloeden en kon genezen.
Zijn honger naar kennis komt tot uitdrukking toen hij als 12 jarige zei:
“Weet ge dan niet dat ik moet zijn in de dingen van mijn vader?”
God is kennis en die kennis kan via Jezus en andere verlichte zielen ons bezielen en verlichten.
De ondernemer.
Een ondernemer, die alles al heeft, bouwt om bezig te zijn voor zijn plezier een onderneming.
Hij investeert een groot deel van zijn vermogen.
Trekt werknemers aan en zorgt voor werkgelegenheid.
Richt een raad van toezicht op die erop toeziet dat het geïnvesteerde vermogen weer als winst wordt gerealiseerd door de werknemer te adviseren, en te stimuleren tot onderlinge communicatie en ( niet altijd geslaagde) creativiteit om het gestelde doel te bereiken.
De ondernemer kan pas weer iets nieuws ondernemen als het geïnvesteerde vermogen weer is aangevuld.
Hij gaat terug naar huis.
De schepper, die alle kennis heeft, schept om bezig te zijn voor zijn plezier een schepping.
Hij (ver)stopt een groot deel van zijn kennis in deze schepping.
Schept onderzoekers en zorgt voor onderzoeksgelegenheid.
Schept de hemel(bewoners) die er op toezien dat de verstopte kennis
weer wordt gevonden, door de onderzoekers te adviseren (studieboeken),
en te stimuleren tot onderlinge communicatie en ( niet altijd geslaagde)
creativiteit (zoekt, en gij zult vinden) om het gestelde doel te bereiken.
De schepper kan pas weer een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen als de verstopte kennis is gevonden.
De schepper gaat terug naar de eeuwigheid.
De eeuwigheid is niets,dus niets is toch iets.
Het kwaad.
Het kwade in ons heeft een doel:
Om te kunnen kiezen (vrije wil).
Om te kunnen strijden (strijd de goede strijd)
Om te kunnen vergeven ( Ik vergeeft het hun, want ze weten niet wat ze doen).
Om te kunnen overwinnen ( Jezus zegt: ik heb overwonnen en gij zult overwinnen).
Om weerstand te krijgen.
In het ongeboren kind zijn ook goede en kwade cellen.
Als de kwade cellen het winnen, zal het dood geboren worden.
Als de goede cellen het winnen, zal het geboren worden maar heeft nog steeds kwade cellen bij zich,die als doel hebben het lichaam te dwingen goede cellen aan te maken.
De boom van kennis des goeds en des kwaads was (is) er om ons te activeren op zoek te gaan naar kennis (God).
Gods wil.
Wat God wil ligt al vanaf het begin vast.
God vraagt van ons te doen wat Hij wil.
Het onderzoek naar Gods wil is al het leven waard, al willen wij, door onze vrije wil, niet altijd wat God wil en vermaken we ons op een andere manier.
Heb je naaste lief als jezelf, je vrienden meer en God het meest.